Deeg

20 g verse gist

20 g rietsuiker

35 g ei (kamertemperatuur en geklopt) + de rest gebruik je later

140 g water 

350 g bloem

7 g zout

100 g boter (kamertemperatuur)

Vulling

600 g appelspijs (moes)

Afwerking

rest ei + 2 eetlepels melk

Extra nodig

bakpapier

schaar

  • Verwarm je oven voor, op 220°C.
  • Meng ei, water, gist en suiker in een grote kom.
  • Doe er de bloem, zout en boter bij. Let op, doe het zout nooit rechtstreeks op je gist.
  • Meng alles kort samen.
  • Kneed met een keukenmachine met deeghaak op langzame snelheid of met je handen tot alles goed gemengd is. 
  • Verdeel je deeg in stukken van ongeveer 55 g (60-70 g als ze iets groter mogen zijn), rol ze stevig in je handen (of op tafel) tot een bolletje en laat even rusten.
  • Bebloem je aanrecht en je deeg goed en rol met een deegrol de flappen langwerpig uit tot ongeveer 2 mm dik. Strooi eventueel nog wat bloem, het deeg heeft de neiging snel te kleven. 
  • Bestrijk de rand van je halve flap met het restje ei, schep er een eetlepel appelspijs op en vouw dubbel.
  • Druk de randen heel goed samen door je vingers hard in de rand te duwen. Je kan dit ook met een vork doen maar druk dan niet té hard.
  • Leg voorzichtig op je met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bestrijk net voor je ze in de oven zet, elke tattepoem met losgeklopt ei/melk en geef bovenaan een schuine knip met een schaar zodat de stoom kan ontsnappen en je tattepoem niet openbarst in de oven.
  • Bak op 220°C voor 13 tot 15 minuten. Check in elk geval na 12 min of ze mooi bruin zien, elke oven is anders. Ze moeten goed uitgebakken zijn (bruin bovenaan én onderaan). Let op, HEET!
  • Neem je flappen uit de oven en laat afkoelen op een wémke (Tiens voor taartrooster)